Door Jaap Bakker
Veel van de eenmalige en vaak kleinschalige optredens die Drs. P in zijn leven verzorgd heeft, werden opgeluisterd door een speciaal voor de gelegenheid geschreven lied of gedicht. Sommige van die doorgaans kort tevoren neergepende creaties verwierven ruimere bekendheid, zoals het hilarische ‘Deventer’ (‘Deventer koek, Deventer koek / Staat al sinds eeuwen als eetbaar te boek…’). Andere gelegenheidsverzen zijn nooit in het openbaar verschenen en zelfs niet door de auteur bewaard: die overhandigde hij bij wijze van souvenirtje aan de organisatie van het evenement.

Bij het optreden van Drs. P voor de Nederlandse Politie Academie op 12 oktober 1983 ging het ook zo. De organisatoren hebben het manuscript in ontvangst genomen en gewetensvol bewaard. De tekst werd overgetypt en in de eerstvolgende editie van de almanak afgedrukt. Het origineel bleef in bezit van de gastheer, de thans gepensioneerde politieman Johan Bodrij, die zich het optreden nog goed herinnert. Drs. P begon met het declameren van onderstaand vers waarna hij zich achter de piano zetten en op de gebruikelijke wijze zijn repertoire vertolkte. Het optreden was heel succesvol. Na afloop bedankte de Bodrij hem in rijmvorm en bood hem een NPA-stropdas aan.
Meer dan veertig jaar na dato stuitte hij bij toeval op die oude almanak en was zo attent ons de tekst via de contactpagina van deze website toe te sturen. Lees en gniffel.
Toen ik mijn straf had uitgezeten, dacht ik: jemie
Wat zal ik nou gaan doen, het leven is zo kort
Ik ben geen intellectueel, niet eens een semi-
En ongeschikt voor industrie, ballet en sport
Maar er is ook nog een politieacademie
Wie zegt me dat ik daar niet aangenomen word?
Nou, op de globe mag het niet geweldig lijken
Maar toch is Apeldoorn wat anders dan een gat
Ik zag dus onderweg een hele tijd verstrijken
Voordat ik in een kamer aan een tafel zat
Daarachter zat een instructeur en die wou kijken
Of ik talent voor het politiewezen had
De instructeur zei: ‘Wat betreft uw vaardigheden
Zal ik u eerst maar onderwerpen aan een test
Kunt u me zeggen welke taal men spreekt in Zweden?’
Ik zei: ‘Ja sorry hoor, dit snap ik niet zo best
Wilt u die vraag nog eens met redenen omkleden?’
En daarmee had ik het al min of meer verpest
De instructeur vroeg: ‘Weet u hoe u moet bekeuren?’
‘Misschien met Bijbelteksten,’ zei ik na een poos
Dit goedbedoelde antwoord zou ik nog betreuren
‘Ik zei bekeuren, niet bekeren!’ klonk het boos
En hij vertelde me in geuren en in kleuren
Hoe onbegaafd ik was en vies en zedeloos
Daarna zei hij: ‘De asociale herriemaker
Ik denk dat ik daarover maar iets vragen zal
Laat mij eens horen wat u doen zou met een kraker?’
En ik zei prompt: ‘Die zing ik altijd mee met carnaval
Als hij erg lollig is dan zing ik hem nog vaker’
Toen kreeg de instructeur het moeilijk met zijn gal
‘Voor inspecteur bent u in geen geval geboren’
Onthulde mij de instructeur met veel venijn
Ik zei kalmerend: ‘Nou, er is nog niks verloren
Ik wil bijvoorbeeld ook wel commissaris zijn’
Een eerlijk aanbod, maar hij wou er niet van horen
Zodat ik nu als vocalist voor u verschijn