DE GESCHIEDENIS VAN EEN SPOTJE

Door Michèl de Jong

de geschiedenis van een spotje

Nadat ik per toeval bovenstaand tv-spotje voor Natuurmonumenten met Drs. P in de hoofdrol had ontdekt (deze website heeft er eerder over bericht) ontwaakte mijn speurzin en ging ik op zoek naar de ontstaansgeschiedenis ervan. Ik kwam in contact met de regisseur, Jord den Hollander, die enthousiast in zijn archief en zijn geheugen ging graven en mij gedetailleerd kon inlichten over de totstandkoming van deze opmerkelijke video. In dit artikel leest u er alles over.

In 1991 startte de Vereniging Natuurmonumenten een zeer grootschalige campagne om nieuwe leden te werven. Onderdeel van deze campagne was een televisieprogramma dat op 4 mei van dat jaar door de VARA werd uitgezonden. Het werd geregisseerd door de ervaren freelancer Jord den Hollander, die carte blanche kreeg van de omroep: ‘Bedenk maar wat.’

Den Hollander opperde dat het interessant zou zijn om allerlei mensen op te voeren die niet direct bekendstonden om hun natuurliefde, zodat het publiek geprikkeld werd om voor de natuur op te komen. Hij bedacht het videoclip-format, en is toen gaan zoeken naar artiesten die nadrukkelijk niets met natuur hadden. Jules Deelder bijvoorbeeld (‘De enige natuur die hij kende was speed’), Bennie Jolink, Karin Bloemen, César Zuiderwijk en last but not least Drs. P. De clips werden aan elkaar gepraat door Pierre Jansen.

Heinz Polzer, die Den Hollander al jaren kende, wilde meteen graag aan het Natuurmonumenten-programma meedoen, zelfs zonder betaling. Het uitgangspunt was dat de gevraagde zangers een nummer van zichzelf zouden brengen in een door Natuurmonumenten beheerde locatie naar keuze ergens in Nederland. Zo was César Zuiderwijk benieuwd hoe een drumstel op het strand van Vlieland zou klinken, en wilde Deelder naar een vogelbroedgebied in de Rijnmond, met uitzicht op een raffinaderij.

Op zoek naar een tekst die rechtstreeks met de natuur te maken had, is Den Hollander door Heinz’ mappen gaan bladeren en pikte ‘Zomerdag’ eruit: ‘Ik zag er een (vroege) aanklacht tegen het vervuilende charterreizen per vliegtuig in, maar ook de oproep om alle exotische verlokkingen dicht bij huis te zoeken. Goed voor de natuur, en Natuurmonumenten zou dan het alternatief bieden voor de chartervakantie.’

‘Zomerdag’ was een van de Poptater-nummers uit 1973, indertijd begeleid door pianist Wim Jansen. Toen Den Hollander de doctorandus vroeg of hij bereid was het lied, met Wim Jansen als begeleider, in de studio in te zingen, stemde hij meteen toe ‘omdat het een reünie zou zijn met de man met wie hij zoveel radioprogramma’s had gemaakt waaraan hij diverse hits dankte.’ Heinz heeft het – zoals ook blijkt uit enkele kleine tekstwijzigingen – dus opnieuw ingezongen voor het Natuurmonumentenprogramma. Naar verluidt was de opname, in Jansens studio in Baambrugge, na één keer repeteren al goed.

Anders dan bij Zuiderwijk en Deelder, die zelf een locatie voor hun clip kozen, droeg Den Hollander de Loonse en Drunense duinen aan voor het filmpje rond Heinz: ‘Daar konden we een sfeer creëren die deed denken aan een exotisch land, terwijl het gewoon in Nederland was. De stuifzanden boden genoeg variatie om zowel een woestijn als een bos te illustreren.’ Het zou een videoclip worden met exotische figuren, en de doctorandus zingend achter een piano. En natuurlijk tussendoor allerlei verkleedpartijen. ‘Allemaal geen probleem. Hij keek ernaar uit: “Laat maar weten.” De bedoeling was dat we van iedere artiest een hoofdstukje zouden maken. Een optreden in de natuur met hier en daar een persoonlijke anekdote. Bij de doctorandus wilde ik geen randgesprek, alleen een videoclip – met in mijn achterhoofd het idee: als het programma aanslaat, kan Heinz zelf nog de boer op met deze clip.’

Het hele scenario en storyboard, inclusief de aankleding, kwamen van de regisseur. Doordat de Loonse en Drunense duinen pal naast de Efteling liggen, kwam Den Hollander op het idee om daar kamelen, bedoeïenen en buikdanseressen te betrekken, die in het pretpark deel uitmaakten van een meermaals per dag uitgevoerde act op het voorplein bij de 1001-nacht-attractie Fata Morgana. Bij de research ontdekte hij bovendien dat het natuurgebied een populaire trouwfotolocatie was, en dat er juist op de opnamedag een fotosessie gepland stond. ‘We namen contact op met het bruidspaar en vroegen of zij en alle gasten mee wilden doen aan de videoclip. Groot enthousiasme, het zou de bruiloft er alleen maar leuker op maken.’ De plaatselijke manege leverde paarden inclusief springruiters aan. Daarnaast benaderde Den Hollander trimmers, twee boswachters, vogelkijkers en mensen met honden als figuranten. De Kaatsheuvelse Harmonie meldde zich spontaan aan: ‘Geen probleem, ik schreef ze allemaal het script in.’ Zelfs ter plekke op de opnamedag (zondag 28 april 1991, met prachtig weer dat de titel van het lied eer aandeed) werden passerende wandelaars geronseld: ‘Wie op TV wil komen, sluit maar aan!’

Foto 2603 - Knipsel P Natuurmonumenten foto

Er was weliswaar een script, maar Den Hollander liet veel ruimte voor improvisatie. Het wonderlijke en zeer diverse gezelschap dat in de clip zou figureren was daar mede debet aan. ‘De dadaïstische logica van Polzer indachtig en mijn eigen gevoel voor het absurde volgend gingen we ermee aan de slag.’ Op de draaidag werd Heinz door een assistent uit Amsterdam gehaald. Men begon met de opnames in zijn aubergine pak. Later zou hij nog verscheidene malen van outfit wisselen – ‘Een operatie die hij met veel plezier en grote bereidwilligheid onderging. Hij was overigens de hele dag buitengewoon vrolijk. De opzet van het enigszins bizarre script beviel hem zeer. De draai die ik aan de tekst had gegeven met slangenbezweerders, een aanval van wespen, de kamelen en – vooral – de buikdanseressen vond hij geweldig. Het was helemaal in de geest van het absurde dat hij graag mocht omarmen.’

Den Hollander had aanvankelijk enige twijfel over hoe ver hij tijdens het draaien met Heinz kon gaan, die met zijn 71 jaar verreweg de oudste op de set was. ‘Vond hij het wel leuk, en kon hij het wel volhouden? Maar zijn enthousiasme was een aansporing om steeds een stapje verder te gaan. Grote hilariteit toen hij in vakantiekleding werd gestoken; zijn spierwitte kuiten onder een korte broek, en de voeten – uiteraard met sokken – in sandalen. En ook hoe hij op die kameel werd gehesen, met behulp van een meegebracht keukentrapje. “En nu Heinz, moet je met duikbril en snorkel op en met een cocktailglas in je hand naar de camera knikken.” Hij stelde geen vragen over de logica van de handelingen, omdat vanaf het begin van de dag duidelijk was dat die er niet toe deed. En daaraan wilde hij graag meewerken, helemaal in zijn stijl. Hij stak voor dit soort dingen in het juiste vel. Je kon hem vragen de gekste dingen te doen, als het maar absurd was.

Het stond er in no time op. Close-ups, totaalshots, alles. We hadden de camera op een kleine kraan gemonteerd zodat er ruimere bewegingen konden worden gemaakt om de zaak wat dynamischer te krijgen; hij volgde de camera geroutineerd met zijn blik. Hoefden we eigenlijk niets aan te regisseren.’

Tussen de opnames door zat Heinz op een meegebrachte klapstoel te genieten van zijn sigaartjes, en de koffie met versnaperingen die hem werden aangereikt: ‘Hij werd perfect verzorgd’.

De eindscène, waarbij de ganse meute zich op de piano stort, was sterk geïnspireerd door het slot van de film The Blues Brothers, waarin ook alles de vernieling in gaat. ‘Alles en iedereen zou op Drs. P afrennen en hem én de piano overlopen. Dat bracht een klein risico met zich mee, want Heinz zat achter de piano en moest steeds bijtijds opzij springen.’

In de postproductie werden allerlei geluiden toegevoegd; het watergespetter, de fluit van de slangenbezweerder, de oosterse klanken bij de danseressen, een koekoeksklok etc. Het agressieve gezoem van de wespenzwerm was een nadrukkelijke artistieke keuze van de regisseur: ‘Ik had de aanval van de wespen erin geschreven om aan te geven dat het ook niet allemaal koek en ei was met die natuur. Zomaar als mens vrijblijvend die natuur consumeren heeft een prijs.’