Drs P Allee Nieuw-Kralingen

van onze speciale verslaggever Roland Vonk

Het gaat nog even duren voor de eerste Rotterdammer zijn intrek neemt in een huis aan de Drs. P Allee, maar het gaat ervan komen: Drs. P, de in 2015 overleden zanger met het wat schuurpapieren stemgeluid, krijgt in Rotterdam zijn eigen straatnaam. Dat gebeurt in de wijk Nieuw-Kralingen, tussen Bosdreef en Boezemlaan.

Momenteel is de sloop van onder meer het Wellantcollege daar in volle gang. Na de zomervakantie verrijzen de eerste bouwketen. In de aanloop daartoe heeft de Rotterdamse Straatnamencommissie geadviseerd om de straten in dit gebied te noemen naar Kralingers en Crooswijkers die zich op de een of andere manier verdienstelijk hebben gemaakt. Onder wie: Drs. P, Heinz Polzer.

Hoe de naar hem genoemde straat precies gaat heten is nog niet bekend, maar een rijmende naam – zoals de Drs. P Allee – zou wel passen bij het oeuvre van de taal- en rijmvirtuoos die Polzer was, zo beaamt Jantje Steenhuis desgevraagd, directeur van het Stadsarchief Rotterdam en voorzitter van de Rotterdamse Straatnamencommissie.

Waarom Drs. P in aanmerking komt voor een straatnaam in juist Rotterdam is voor kenners wel duidelijk, voor het grote publiek misschien minder. Dat publiek kent hem hooguit van het enigszins absurdistisch-filosofische lied Veerpont – heen en weer, heen en weer – en het tamelijke wrede gezongen epos Dodenrit – Trojka hier, trojka daar. Liedjes die ook alweer even geleden op de Nederlandse luisteraar zijn losgelaten.

Wat is de band tussen Drs. P en Rotterdam? Hij heeft er gestudeerd. Hij heeft er ook het bombardement meegemaakt. En hij heeft menig lied gemaakt dat direct of indirect is geïnspireerd door Rotterdam. Niet voor niks is in 2017 de boekenverzameling van Drs. P bijgezet in het Rotterdamsch Leeskabinet.
Een kleine uiteenzetting.

ZWITSER
Heinz Hermann Polzer werd in 1919 geboren in Zwitserland. Zijn moeder was Nederlandse, zijn vader een tot Zwitser genaturaliseerde Oostenrijker. Toen Heinz drie was kwam hij met zijn – inmiddels gescheiden – moeder naar Nederland, waar hij opgroeide in Utrecht en Velp. In 1939, op zijn twintigste,  begon hij aan de studie economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam. Mede als gevolg van de oorlog zou hij daar vrij lang over doen. Hij studeerde pas af in 1950, zo rond zijn 31e. Waarmee hij zijn meest vormende periode in Rotterdam heeft doorgebracht. En dan maakte hij daar dus ook nog eens dat bombardement van 1940 mee.

Na zijn afstuderen heeft Polzer lange tijd in Indonesië gewerkt, voor reclamebureau Lintas. Begin jaren zestig streek hij neer in Amsterdam, waar hij tot aan zijn dood zou blijven.

De keus voor Rotterdam als stad om te gaan studeren was een heel bewuste, zo heeft Polzer ooit duidelijk gemaakt: ‘Ik voelde me aangetrokken tot Rotterdam als woonplaats … Ik vond die havenstad bijna magisch, boeiend en intrigerend. Een plek waar de hele wereld rondliep … Ik prijs me gelukkig dat ik Rotterdam heb leren kennen vóór de bombardementen. Ik was fortuinlijk dat ik op kamers woonde aan de buitenste rand van het gebombardeerde stuk. De ramen waren niet eens versplinterd, maar ik voelde het wel schudden, hoorde tumult. Na afloop ging ik buiten kijken en ze vroegen me diensten te verlenen. Met een slang in de hand, om het laatste intacte huis aan de Witte de Withstraat te redden, stond ik op het dak. Wat ik zag was adembenemend: de vuurzee bij de Bijenkorf, de vonken in de hemel. Nero had zich niet beter kunnen wensen. Van een afstand bekeken was het mooi, als je afziet van de gevolgen, de angst, de ontreddering. Er was bij mij geen spoor van angst, maar dat kwam natuurlijk ook door het schouwspel.’

ONGESCHREVEN WET

De vooroorlogse uitgaansbuurt van de Schiedamschedijk, met z’n kroegen, met z’n levende muziek, met z’n passagierende zeelui, en met z’n vele prostituées heeft Polzer nog nét meegemaakt. De dijk werd verwoest bij het bombardement van 1940. Polzer over de omgang tussen studenten en hoeren: ‘Het was een ongeschreven wet dat we niet met ze meegingen en dat wisten ze. Het bleef bij een klinische verstandhouding.’

En meer in het algemeen over corpsstudenten zoals hijzelf destijds:

‘We hadden een prettige verstandhouding met de bevolking, die ons bekakt vond, maar tegelijk trots was dat Rotterdam een academisch instituut had. We waren te onbelangrijk om gevaarlijk te zijn.’

DOLF EN BEN

In 1942 werd Polzer door de Duitse bezetter veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf omdat hij voor het blad van het Rotterdams Studenten Corps een verhaal had geschreven over de twee belhamels Dolf en Ben, die door veldwachter Oom Sam bij hun kladden werden gegrepen. Het was overduidelijk dat Dolf en Ben stonden voor Adolf Hitler en Benito Mussolini, en dat Oom Sam de verpersoonlijking was van Amerika.

Tijdens zijn detentie in Scheveningen begon Polzer liedteksten te schrijven. Een van zijn eerste teksten ging over de verwoeste Schiedamschedijk: Het Dijklied, op bestaande muziek. Het was bestemd voor het zogeheten groenentoneel van het corps, het toneel van nieuwkomers binnen de vereniging.

Dat Dijklied was het eerste van in totaal veertien liedjes/liedteksten van Polzer over facetten van Rotterdam, binnen een bijna onafzienbare stroom teksten en muziek door de jaren heen. Een stroom die in 1957 in Indonesië echt serieuze vormen aannam, toen Polzer zich aansloot bij een cabaretgezelschap.

Bekendheid bij een groter publiek kregen de liedjes van Polzer na terugkeer in Nederland. Oude kennis Willem Duys nodigde hem uit voor het mateloos populaire tv-programma Voor de vuist weg, en hielp hem aan een pakkende artiestennaam: Drs. P.

Vanaf 1963 werd Drs. P een begrip in Nederland. Zijn virtuoze teksten, zijn ongewone onderwerpkeuze, zijn vaudeville-achtige muziek en zijn bedaagde voorkomen maakten hem tot een intrigerende eenling in de vaderlandse muziek.

HART OP KATENDRECHT

In welke liedjes van Drs. P gaat het nog meer over Rotterdam? Zo rond het jaar 2000 heb ik daarover een tijdje gecorrespondeerd met Polzer. Op piepkleine briefjes kreeg ik steeds in priegelig handschrift antwoord op mijn vragen. Elders heeft hij er ook het een en ander over gezegd. Uit die informatie put ik hier.

Over de vooroorlogse Schiedamschedijk heeft P later een tweede lied geschreven, op eigen muziek, vrij toepasselijk getiteld: Schiedamschedijk.

Na het bombardement verplaatste het feestgedruis zich van de Schiedamschedijk naar Katendrecht. Waar je per pont naartoe ging. Met de Heen en Weer. Zo heette die pont. In de klassieker Veerpont van Drs. P zit geen directe verwijzing naar dat pontje, maar Polzer heeft er wel een ander lied over gemaakt: Het pontje naar Katendrecht.

Aan de basis van een van het bekendste liedje over Katendrecht heeft Drs. P ook gestaan, het lied Ik heb mijn hart op Katendrecht verloren. Dat nummer wordt doorgaans toegeschreven aan Jaap Valkhoff, maar de kern van deze bewerking uit het Duits is van Polzer. De drs. desgevraagd: ‘… die tekst is inderdaad van mijn hand. Ik placht het lied soms voor te dragen als ik met vrienden ergens was waar men gelegenheid en een piano had. Jaap Valkhoff vroeg me of hij het mocht gebruiken, en dat vond ik best. Van zoiets als de Buma had ik toen nog geen weet.’

Het origineel van Polzer is trouwens nog wat scabreuzer dan de Valkhoff-versie. Het heette ook: Ik heb mijn eer op Katendrecht verloren.

 

BONENPIKSTERS

Verder zijn er nog gelegenheidsliedjes over de Erasmus Universiteit (1883), over roeivereniging Skadi (Het Skadi-lied) en voor het Rotterdamse transportbedrijf Furness (Goederenlied).

Verder zijn twee teksten van Drs. P op muziek gezet door cabaretier Mike Boddé, te weten: Laurenstoren en Almanak (over de Rotterdamse straatventer van Enkhuizer almanakken Jacob van Arend).

Het lied De meisjes van de suikerwerkfabriek, bekend geworden in de uitvoering van Adèle Bloemendaal, is geïnspireerd door de Jamin-fabriek in Crooswijk.

Het mooie oude ambacht gaat over de zogeheten bonenpiksters, koffiebonen-sorteersters, van de Van Nelle-fabriek aan de vooroorlogse Schiedamschedijk, zoals de doctorandus ook zelf uitlegt op de plaat.

En ook een van de bekendste nummers van Drs. P speelt in Rotterdam, al doet de tekst dat niet direct vermoeden: Trapportaal. Dat aanvankelijk als titel droeg: De commensaal.

De doctorandus zelf: ‘… in de zomer van, het zal 1953 geweest zijn, doolde ik over de kermis in Rotterdam-Zuid. Degenen die Rotterdam-Zuid niet kennen, moeten van mij maar aannemen dat het een bijzonder neerslachtig gebied is. Juist door zo’n kermis met al zijn gedraai en gewalm en geschreeuw en gegok en geloop worden de treurnis en de vervallenheid van zo’n buurt extra geaccentueerd.

Ik was dus op de kermis, ik vermaakte me redelijk goed, maar ik was me er wel degelijk van bewust dat ik me bevond in een tamelijk naargeestige wijk van Rotterdam.

Ik zag die gevels, en die vensters, en ik stelde me voor hoe het leven daarachter er zou uitzien en ik dacht: ja, als ik nu eens een nummer kon maken waarin dit alles zeer tastbaar werd uiteengezet en dan wel door middel van het bedenken van een incident in zo’n huis, waarin allerlei nogal hopeloze mensen zitten te wachten tot ze dood gaan. Toen kwam ik op de zinsnede: er ligt alweer een juffrouw in het trapportaal. En ik bepeinsde hoe men in zo’n huis zou reageren op dit toch niet alledaagse verschijnsel.’

Voor Zuiderlingen geen al te vleiende gedachten, maar het heeft een geweldig nummer opgeleverd.

En dan zijn er tot slot in 2017 nog twee ‘Rotterdamse’ nummers van Drs. P opgenomen voor de cd Het Rotterdams Passé van Drs. P.

Cabaretier Kees Torn heeft P’s tekst Station D.P. op muziek gezet, een kort metrisch en rijmend verhaaltje tegen de achtergrond van het vroegere Rotterdamse treinstation Delftsche Poort, afgekort: D.P.

En Marcel Cuypers heeft bij gelegenheid van die cd voor zanger Pierre van Duijl Polzers poëtische tekst O oude Maasstad van muziek voorzien. Een tekst die eindigt met de treffende strofen van iemand die voor altijd aan Rotterdam gebakken zat en die ook best een straatnaam in die stad waard is:

Gij onvergank’lijke gemeente
Waar ik mijn schoonste jaren sleet
Eer kluift de hond aan mijn gebeente
Dan dat ik Rotterdam vergeet